Wat ik niet wil verliezen

Fotograferen

‘Maar je bekijkt alles altijd alleen maar door je camera.’ Ik glimlach meestal als iemand dat zegt. Hoe vaak heb ik deze zin gehoord? Alsof ik me verstop. Alsof ik niet écht meedoe. Alsof ik niet in het nu leef. Het klinkt bijna als een verwijt. Alsof aanwezig zijn alleen telt als je niets vastlegt.

Maar de waarheid is minder stoer. Ik fotografeer niet omdat ik het moment wil vermijden.
Ik fotografeer omdat ik bang ben dat het verdwijnt.

Mijn geheugen is zacht. Het schuift scherpe randen glad. Het laat gezichten vervagen. Gesprekken lossen op in vage contouren. Ik weet nog dát ik gelukkig was, maar niet altijd meer hoe het licht viel. Of wie als eerste lachte.

Dus vang ik momenten in beelden. Handen op tafel. Lachrimpels in tegenlicht. Kruimels na het ontbijt. Bram die met zijn kop op mijn knie zucht alsof hij de wereld wel begrijpt. Valerie in haar element op de dansvloer, haar haar wild, haar ogen dicht. Sanne en Tobias met een glas wijn en die vertrouwde lach die al twintig jaar hetzelfde klinkt. Lucas op de piste, die brede glimlach, alsof hij even nergens bang voor is.

Als ik door mijn foto’s scroll, zie ik niet alleen beelden. Ik zie wat ik liefheb. Wat ik liefhad.
Wat ik vasthoud. Wat ik vasthield. Wat ik misschien al voelde wegglippen.

‘Be gentle with the ones who take photos of everything. If you want to see what someone is afraid of losing, look at what they photograph.’

Deze quote, die Lucas me ooit stuurde, raakte me dieper dan ik wilde toegeven.

Wat fotografeer ik eigenlijk het meest? Geen gebouwen. Geen perfecte borden eten. Geen zonsondergangen om het mooi-zijn. Ik fotografeer mensen. Blikken. Overgangen. Dat ene moment tussen lachen en stil worden. Die halve seconde waarin iemand zichzelf vergeet en echt is.

Misschien ben ik niet bang om het moment te missen. Misschien ben ik bang om het opnieuw te verliezen. Er zijn dingen in mijn leven geweest die ineens weg waren. Zonder waarschuwing. Zonder afronding. Wat overbleef was een gevoel, maar geen bewijs meer. Geen tastbaarheid.

Een foto is voor mij geen afstand. Het is een anker. Achter mijn lens hoef ik niets te claimen. Ik hoef niet te vragen of iets blijft. Ik hoef alleen maar te zien. En vast te leggen dat het er was.

Dus ja. Ik sta vaak achter de lens. Ieder z’n copingmechanisme. De één gaat hardlopen. De ander praat het van zich af. Ik bewaar wat me raakt. Niet omdat ik niet leef.
Maar omdat ik wéét hoe het voelt als iets er ineens niet meer is.

En misschien – heel misschien – hoop ik dat als ik het vastleg, het minder snel verdwijnt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *