Ik zit aan de bar. Ik ben wat vroeger dan nodig en toch is het fijn. Thuis blijven voelde vandaag simpelweg zwaarder.
Er zijn mensen, maar het is rustig. Het licht staat laag. De stoelen en tafels staan zoals altijd. Niemand let op me. Dat is prettig. Mijn gin-tonic werd al door Patrick voor mijn neus neergezet terwijl ik nog niet eens zat.
Vroeger was ik jaloers op mensen met een stamkroeg. Waar namen onthouden werden, verhalen bleven hangen en groepen ontstonden zonder moeite. Ik had dat niet. Had sowieso het gevoel dat ik nergens echt bij hoorde.
Vriendengroepen zijn voor mij sowieso ingewikkeld. Ik luister scherp, hou alles in de gaten, probeer niets te missen. Tegen de tijd dat ik iets wil zeggen, is het moment alweer voorbij. Dan hou ik het maar bij mezelf.
Ik neem een slok. Het glas is koud. Mijn voeten staan stevig op de grond. Dat heb ik geleerd van mijn coach.
Dit is de plek waar Valerie en ik huilen om mannen die ons niet konden vasthouden. Niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze ons niet kunnen geven wat we nodig hadden. We zitten altijd naast elkaar, schuin naar binnen gekeerd. Dat helpt.
Hier zat ik tegenover een onbekende van een datingapp, meerdere keren. Mijn handen om een glas geklemd, mijn schouders iets te hoog. Ik bleef zitten. Dat was genoeg. Zo ook vanavond. Ik kijk naar de deur. Nog niets. Prima.
Hier vierde ik met Lucas een bijzondere gebeurtenis. Zo’n klein moment dat groot voelt omdat je het deelt. Ik herinner me dat ik dacht: misschien redden we het wel samen. Ik geloofde het echt, toen.
Het is ook de plek waar Sanne en Tobias blijven praten tot het laat wordt en niemand nog weet hoe het gesprek is begonnen. Waar glazen continu worden bijgevuld en niemand haast heeft.
En ja, hier at ik ook nog met Ewout, toen we al wisten dat het voorbij was maar deden alsof dat nog niet zo was. We spraken over eten, werk, plannen die geen plannen meer waren. Met hetzelfde licht. Dezelfde stoelen. Dezelfde bar.
Soms verbaast het me hoe één ruimte dat allemaal kan dragen. Zonder vragen te stellen. Zonder partij te kiezen. Met hetzelfde licht, dezelfde stoelen, dezelfde bar. Veel plekken in mijn boek zijn verzonnen. Samengesteld. Aangepast voor het verhaal. Deze niet. Deze was er al.
Ik kijk nog een keer naar de deur. Misschien komt er straks iemand naast me zitten. Misschien ook niet. Voor nu is dit genoeg. Ik, een glas en een plek die blijft.

