‘Een roman schrijven lijkt me een lijdensweg,’ zei een goede vriend laatst. Hij bedoelde het niet onaardig, meer als constatering. En ik moest lachen, omdat hij ergens gelijk had. Maar ook weer helemaal niet.
Ja, soms is schrijven een lijdensweg. Niet door gebrek aan inspiratie, maar door alles wat er ná die eerste ruwe stukje komt: het eindeloze nadenken, schrappen, opnieuw beginnen, twijfelen, teruglezen, weer herschrijven. Schrijven is niet één keer iets voelen en dat dan in een vloeiende lijn op papier zetten. Het is een proces van lagen aanbrengen, durven snijden, nadenken, uitstellen, doorzetten, en uiteindelijk… vertrouwen.
Wat niemand me ooit vertelde, is hoeveel tijd er zit in de dingen die je níet schrijft. De stilte voor een scène. De wandeling die nodig is om één zin te laten landen. De nacht waarin de woorden ineens op hun plek vallen, nadat ze overdag alle kanten op gingen.
Een roman bestaat uit woorden, maar wordt gebouwd uit uren. Lange, stille uren waarin niemand ziet dat er gewerkt wordt. Meestal thuis, maar soms zoek ik ook een plek om me helemaal op te sluiten. Of af te sluiten van de wereld, het is maar net hoe je het ziet.
Afgelopen weekend was ik op zo’n plek waar dat zeker lukt: een klein glazen huisje in het groen, waar het vuur zacht knetterde en de tijd langzaam leek te gaan. Daar maakte ik meters. Niet elke zin bleef staan. Verre van zelfs. Maar ik heb nieuwe hoofdstukken geschreven, oude hoofdstukken omgegooid. Het is werk dat niemand ziet, maar dat alles bepaalt.
Het boek vordert. De eerste 75 pagina’s liggen er. De afspraak met een eerste uitgever staat. En het bijzondere is: hoe verder ik kom, hoe meer ik voel dat dit boek er hoe dan ook gaat komen. Op welke manier dan ook. Omdat het verhaal verteld móet worden.
Maar zover is het nog niet. Eerst is er nog dat stille, vaak onzichtbare werk. Dat geduld. Die rust. En soms: een huisje ver weg van alles, waar het vuur brandt en de woorden je eindelijk weer weten te vinden.
Dus ik sluit me graag de komende tijd vaker af in leuke huisjes. Niet om te verdwijnen, maar om te kunnen schrijven. Iemand tips?

