Waarom mijn boek inmiddels 43 versies heeft

Herschrijven

‘Hoeveel herschrijfrondes doe je eigenlijk?’ Het is een vraag die ik inmiddels al een tiental keer heb gekregen. En eerlijk gezegd weet ik het aantal niet precies; herschrijven gaat in delen. Maar… het zijn er inmiddels genoeg om er waarschijnlijk ook nog een tweede boek van te kunnen maken.

Veel mensen denken dat schrijven ongeveer zo werkt: hoofdstuk 1, hoofdstuk 2, hoofdstuk 3… en ergens verderop typ je tevreden ‘einde’. Was het maar zo overzichtelijk…

In werkelijkheid zit je in de trein en bedenk je ineens de perfecte titel voor hoofdstuk 14, terwijl hoofdstuk 6 nog steeds voelt alsof iemand er een natte vaatdoek overheen heeft gegooid.

Of je ligt ’s nachts in bed en opeens vallen er drie zinnen precies goed op hun plek. Dat zijn altijd de zinnen waarvan je denkt: deze mag ik niet vergeten. Dus pak je half slapend je telefoon om ze snel op te schrijven.

De volgende ochtend lees je terug wat je hebt getypt en staat er:

“De emotionele aardappel van hun relatie was eindelijk zichtbaar.”

Dank je wel, autocorrect.

Een vriend zei ooit tegen me: ‘Een boek is een organisch document.’ En hoe langer ik schrijf, hoe meer ik merk dat dat klopt. Ik schrijf zelden in chronologische volgorde. Soms zit ik vast in een hoofdstuk en weet ik ineens precies hoe een later hoofdstuk moet beginnen. Dus begin ik daar alvast.

Heel efficiënt, denk je dan. Tot je er weken later achter komt dat een personage ineens informatie weet die nog helemaal niet gebeurd is. Of dat een ruzie al opgelost is voordat hij überhaupt begonnen was. Of dat hoofdstuk 11 emotioneel totaal niet meer aansluit op hoofdstuk 12, omdat je ondertussen alweer drie andere dingen hebt veranderd.

Dus ga je weer terug. Schuiven. Schrappen. Herschrijven. Soms zijn het kleine dingen: een zin die net niet klopt, een blik die anders moet, een stilte die langer mag duren. Soms betekent het dat een hele scène opnieuw moet, omdat hij ineens niet meer past bij wie een personage geworden is.

En dat is misschien wel het meest verrassende aan schrijven: terwijl jij het verhaal schrijft, beginnen de personages zich ook een beetje met jou te bemoeien.

Eva is daar een goed voorbeeld van. In het begin dacht ik dat ik precies wist hoe haar verhaal liep. Maar terwijl ik schreef, begonnen gesprekken een andere toon te krijgen. Herinneringen bleken meer gewicht te hebben dan ik had verwacht. Sommige scènes werden stiller. Andere juist scherper.

En dus herschreef ik opnieuw. Niet omdat het niet goed was, maar omdat het eerlijker moest. Ergens tussen documenten met namen als hoofdstuk12_nieuw, hoofdstuk12_echt_nieuw en hoofdstuk12_definitief_final_v3 begint het langzaam op een boek te lijken.

Misschien is dat wel het echte schrijfproces. Niet één keer een verhaal opschrijven, maar er steeds opnieuw naar durven kijken. Net zo lang tot de woorden niet alleen kloppen op papier, maar ook ergens in je buik.

En eerlijk is eerlijk: als ik straks bij versie 128 uitkom, kijk ik daar waarschijnlijk ook niet meer van op.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *