Over ‘nog geen ja’ krijgen & toch weten dat het goed zit

Nog geen ja

Soms wil je gewoon een e-mail openen en daar één woord lezen: ‘ja’. Want ik ben iemand die goed gaat op duidelijkheid. Op weten waar ik aan toe ben. Op kaders, besluiten, richting. Dus ja, een deel van mij hoopte dat ik – na het lezen van de e-mail van de uitgever, naar aanleiding van de ruim 150 pagina’s die ik had ingestuurd – mijn laptop dicht kon klappen met zekerheid. Dat het rond was. Dat ik kon zeggen: zie je wel, het is écht goed genoeg.

Maar wat deze e-mail me gaf, was eigenlijk iets anders. En misschien, als ik eerlijk ben, wel waardevoller. Ze had de 150+ pagina’s gelezen. Echt gelezen, met aandacht. En ik kreeg complimenten over mijn schrijfstijl. Dat mijn teksten raken. Dat mijn observaties herkenbaar zijn voor een groot lezerspubliek. Dat je wordt meegenomen in Eva’s ontwikkeling. En dat mijn humor, eerlijk en recht voor z’n raap, het verhaal luchtig houdt.

Precies de dingen waar ik zelf het meest blij van word als ik door mijn manuscript ga. Of als ik een nieuw hoofdstuk voorlees aan een vriendin en ik zie dat ze stil wordt. Of lacht. Of even moet slikken.

Er is potentie, schreef ze. Potentie. En dat woord bleef hangen. Misschien omdat het geen eindpunt is. Het is geen ‘klaar’. Geen ‘binnen’. Het is een belofte. Een mogelijkheid. Iets wat nog verder mag groeien. En ergens raakt dat me meer dan ik had verwacht. Omdat het precies is hoe ik het inmiddels zelf ook voel.

Dit boek moet er komen. Niet omdat het makkelijk is. Niet omdat het al perfect is. Maar omdat ik diep vanbinnen weet dat dit verhaal verteld moet worden. Voor vrouwen die zichzelf erin gaan herkennen. Voor vrouwen die ooit dachten: is dit alles?

Natuurlijk kreeg ik ook feedback. Over tijdlijnen. Over het duidelijker maken hoeveel tijd er verstrijkt tussen gebeurtenissen. En ik kreeg feedback over ‘show don’t tell’. Meer dialoog. Meer voelen. Minder uitleggen.

En eerlijk? Dat schuurt. Maar het klopt. Het afgelopen jaar ben ik erachter gekomen dat ik veel meer analyseerde dan ik altijd dacht. Dat ik gevoelens liever uit elkaar haalde, bekeek en verklaarde, dan dat ik ze daadwerkelijk voelde. Ik kon alles begrijpen. Maar voelen is iets anders dan begrijpen.

Misschien zie je dat dus ook terug in mijn schrijven. Minder voelen, meer duiden. Minder lijf, meer hoofd. En misschien is dit precies de les die ik niet alleen als schrijver, maar ook als mens te leren heb. Meer aanwezig zijn in het moment. Minder uitleggen wat er gebeurt, meer ervaren wat er gebeurt. Niet alleen in mijn boek, maar ook in mijn leven.

Natuurlijk had ik graag al een duidelijk ‘ja’ gehoord. Ik ben daar eerlijk in. Ik functioneer goed op richting. Op duidelijkheid. Maar misschien is dit proces juist daarom goed voor me. Leren vertrouwen op het middenstuk. Op het feit dat iets nog niet af is, en dat dat niet betekent dat het niet goed is.

Ik werk door aan een volledige eerste versie. Ik geef mezelf de ruimte om het verhaal echt rond te maken. Om de tijdlijn helder te krijgen. Om scènes meer te laten ademen. Om Eva nog minder te laten denken en meer te laten voelen.

Ik geloof er inmiddels 300% in. En dat is misschien wel het grootste verschil met een half jaar geleden. Wordt vervolgd!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *