Een boek schrijven gaat niet over rozen. Het gaat over doornige struiken waar je zelf doorheen loopt, terwijl je best had kunnen omlopen. Niemand dwingt je. Je kiest ervoor. En precies dát maakt het soms zo confronterend.
Onlangs zei een vriend tegen me: ‘Het lijkt me een lijdensweg, een roman schrijven.’ Ik lachte. Een beetje stoer, denk ik. Ik was optimistisch. Vastberaden ook. Alsof ik het onder controle had. Maar hij had gelijk.
Want een boek schrijven is niet alleen woorden op papier zetten. Het is jezelf steeds opnieuw tegenkomen. Met al je twijfel. Je ongeduld. Je grootse plannen en je kleine, stille angsten die zich pas laten zien als het echt ergens over gaat. En ja, ik doe het mezelf aan.
Ik wil het liefst deze maand een versie inleveren bij de uitgever die ‘af’ is. Alsof dat bestaat. Alsof er een punt komt waarop je denkt: zo, klaar, niets meer aan doen. Dat is natuurlijk bullshit. Geen enkele uitgever verwacht perfectie. Ze willen potentie zien. Ze willen praten. Schuiven. Schrappen. Vragen stellen bij volgordes, bij keuzes, bij stiltes.
Eigenlijk vind ik dat fijn. Omdat het verhaal zo dicht bij mijn gevoel ligt, doet schrappen soms pijn. Alsof je iets moet loslaten wat je nog niet kan missen. Alsof je een zin, een scène, een gedachte verdedigt omdat hij iets van jou draagt. Maar precies daar zit ook het werk: leren vertrouwen dat wat echt is, wel blijft. Dat wat niet kan blijven, ruimte maakt voor iets beters.
En toch… Toch sluipt er soms iets onder mijn huid wat ik liever niet hardop benoem. Een klein, hardnekkig stemmetje dat fluistert: ‘Kan ik dit eigenlijk wel echt?’ Vrienden zeggen steevast dat het een bestseller wordt. En ik glimlach, dankbaar. Maar ik durf het zelf nog niet te zeggen. Alsof ik daarmee iets zou jinxen. Alsof het uitspreken het breekbaar maakt.
Tussen kerst en oud & nieuw wilde ik veel schrijven. Het lukte niet. En dit keer heb ik mezelf geen schuldgevoel aangepraat. Geen innerlijke zweep. Ik heb het bewust laten liggen. Omdat rust soms ook werk is. Omdat afstand soms nodig is om weer scherp te zien. Omdat forceren zelden tot iets echts leidt.
Nu is het een nieuw jaar. Een nieuwe blik. Het verhaal ligt er nog steeds. Het wacht. Geduldig. Alsof het weet dat ik terugkom. Een writer’s block is geen leegte. Het is vaak een stilte waarin iets verschuift. Waarin losse draden langzaam hun plek vinden.
Misschien is schrijven geen doorbraak, maar volhouden. Blijven zitten bij iets wat nog niet klopt. Niet mooier maken dan het is. En accepteren dat dit tempo blijkbaar het mijne is. En waarom? Omdat dit verhaal verteld mag worden en ik degene ben die dat mag doen.

