Het hoofdstuk dat ik niet wilde schrijven

Hoofdstuk breuk

Ik neem je even mee naar een random maandagavond. Of eigenlijk dus: gisteravond. Late sportles. Nog nét wat tijd over. Het soort tijd dat je normaal gedachteloos opvult. Scrollen. Opruimen. Nog even iets ‘nuttigs’ doen.

Maar dit keer zit er iets anders onder. Dat ene hoofdstuk. Ik weet al dagen dat het eraan komt, maar ik voel het ergens ook dat ik het graag nog even uitstel. Alsof ik mezelf wijsmaak dat het ook morgen kan. Of later. Of wanneer ik me ‘beter voel’.

Alleen… zo werkt het natuurlijk niet. Dus ik ga zitten, laptop open. Want ik weet, dit is geen hoofdstuk voor vlak voor het slapengaan. Tenzij je zin hebt in een nacht waarin je hoofd alles nog een keer dunnetjes overdoet.

Misschien is voor het sporten wél het juiste moment. Schrijven, voelen en daarna mijn hoofd leeg trainen. Dopamine aanmaken. Alsof ik het daarmee een beetje kan compenseren.

Een half uur later. “Zullen we zo naar de sportschool lopen i.p.v. met de auto?”
Mijn sportmaatje appt. En ik zit midden in een hoofdstuk waar ik als schrijver naartoe heb gewerkt, maar ook eentje waar ik het liefst nog even met een boog omheen was gelopen.

Want dee tranen komen tijdens het schrijven zonder waarschuwing. Niet voorzichtig, niet beheerst. Alsof iemand een kraan opendraait… Inclusief snot, want laten we het niet romantischer maken dan het is. En natuurlijk heb ik geen zakdoekje bij de hand.

Ik hoor mezelf een voicebericht inspreken. Iets tussen lachen en huilen in. “Ik moet mezelf even opknappen. Ik ben het hoofdstuk over de breuk aan het schrijven.”

Achteraf zie ik het voor me. Zij die het thuis op luidspreker afspeelt. Haar vriend die opkijkt.“Waarom huilt ze?”
“Ze is een boek aan het schrijven.”
“Raar kind.”

En ergens blijft dat zinnetje hangen. Niet eens omdat het niet waar is. Maar omdat het me raakt op een plek waar ik het zelf ook soms denk. Want wat ben ik eigenlijk aan het doen? Ik schrijf een verhaal. Personages. Situaties. Raakvlakken met het echte leven. Huilend achter mijn laptop alsof ik zelf net die relatiebreuk achter de rug heb.

Mijn sportmaatje snapt me. Zij weet hoe mijn laatste relatiebreuk voelde. Hoe ik die soms nog steeds voel, op onverwachte momenten. In een liedje. In een geur. In een zin die iemand zegt zonder dat die het weet. En nee, dit verhaal ís die breuk niet. Het is geen kopie. Geen reconstructie. Maar liefdesverdriet is universeel. Andere woorden, andere mensen, andere situaties, zelfde gevoel.

Misschien is dat het dus. Waarom ik dit schrijf. Waarom ik daar zit te huilen om iets wat niet eens echt gebeurd is, en tegelijkertijd juist wel. Niet omdat ik raar ben. Maar omdat ik blijkbaar nog steeds voel. En misschien is dat wel precies de bedoeling.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb oprecht plezier in dit boek. Ik kan hard lachen om mijn eigen woordgrappen. Soms lees ik iets terug en denk ik: ja, deze is echt leuk. Ik stop er kleine easter eggs in voor de mensen die me goed kennen. Dingen die niemand anders zal zien, maar die mij laten glimlachen.

En soms… soms is het gewoon janken. Omdat het raakt. Omdat het dichtbij komt. Omdat fictie en werkelijkheid soms gewoon even in elkaar overlopen zonder duidelijke grens.

Als lezer kan ik huilen om een goed boek. Om een scène die ergens binnenkomt zonder dat je het zag aankomen. En stiekem hoop ik dat jij dat straks ook voelt bij dit hoofdstuk. Niet per se verdriet. Maar dat je het voelt. Want liefde verdwijnt niet zomaar bij een breuk. Die verandert alleen van vorm.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *