Ik had me voorbereid alsof ik auditie deed voor iets waar ik al jaren van droom. Notities, vragen, screenshots, kleine lijstjes van dingen waarvan ik niet eens zeker wist of ze relevant waren.
Wat doet een uitgever precies? Hoe ziet het redactieproces eruit? Waar moet je als debuterend schrijver nou echt op letten? En vooral: past mijn boek bij hen?
Die vraag spookte het meest door mijn hoofd. Want er zit inmiddels zóveel liefde in De broodkruimelvrouw, dat ik haar niet zomaar aan iedereen wil ‘afstaan’. Ik wil een plek waar Eva zou worden begrepen. Of in elk geval serieus genomen. Tot mijn opluchting bleek al snel – tijdens mijn research vooraf – dat deze uitgever echt een match is.
Toch voelde ik spanning. Niet omdat ik moest presteren, maar omdat dit mijn verhaal is. Mijn werk. Ik schrijf vanuit Eva’s stem, en soms voelt dat alsof ik half in haar wereld leef. Maar voor dit gesprek stapte ik uit die schuilplaats. Dit was niet Eva. Dit was ik, de schrijfster die voor jou – tenzij ik je persoonlijk ken – nog anoniem is.
Ik kende de acquirerend redacteur via Instagram, en dat brak meteen het ijs. Geen stijve handen, geen formele stilte. Eerder: “Hé, leuk om elkaar nu eens echt te spreken.” En tot mijn eigen verrassing werd ik gaandeweg steeds enthousiaster. Alsof ik hoorde hoe het boek in míj sprak.
Ik stelde al mijn vragen, misschien wel meer dan gemiddeld. Of ook niet, want ik – de schrijfster – heb ergens in het ver verleden een haakje met de uitgeefwereld. En toch stelde ik veel vragen.
Hoe werkt het redactieproces? Wat kun je verwachten als debutant, qua verkoop en zichtbaarheid? Hoe werkt promotie? Waar heb je als schrijver invloed op? Want… spoiler: ik ben verliefd op mijn titel en hoop heel hard dat deze blijft.
De redacteur beantwoordde alles rustig, eerlijk, zonder mooimakerij. Dat vond ik misschien wel het fijnst. En toen… halverwege het gesprek gaf ze feedback op de vijf hoofdstukken die ik had ingestuurd. Ik hield mijn adem even vast.
“Ik wilde na deze vijf proefhoofdstukken heel graag verder lezen.”
Ik voelde het zinken in mijn buik, op een goede manier. Niet omdat daarmee alles geregeld is, mijn boek 100% zeker in de Bruna ligt, verre van. Maar omdat het betekent dat het verhaal raakt. Dat het nieuwsgierigheid wekt. Dat het ergens binnenkomt.
Toen ik het pand uitliep, voelde het bijna onwerkelijk. Alsof ik tussen twee versies van mezelf doorliep: de schrijver die nog midden in het proces zit, en de vrouw die ineens durft te denken. Het kan. Het zou echt kunnen.
Er is nog niets zeker. Het kan nog alle kanten op. Maar er is wel degelijk een kans dat De broodkruimelvrouw in 2027 in de winkels ligt. Dat idee voelt zo groot dat ik het bijna fluisterend uitspreek.
En nu? Nu ga ik vol enthousiasme verder met schrijven. Want ik mag meer hoofdstukken sturen (gelukkig liggen er al 40 op de plank ofzo). En als de rest dezelfde energie heeft, dezelfde belofte… dan volgt de volgende stap.
To be continued.

