Van alle personages in mijn boek hoefde ik er één niet te verzinnen. Bram liep al jaren naast me. Alleen in het echte leven heette hij anders.
Twaalf jaar geleden kwam hij mijn huis binnen gewaggeld. Een kerstpuppy, een pluizenbol met te grote poten en ogen die altijd net iets meer leken te vragen dan alleen aandacht. Bram was zacht en ondeugend tegelijk. Hij wond iedereen om zijn poten. Altijd klaar voor een knuffel, een wandeling of – laten we eerlijk zijn – eten. Tot aan de broodkruimels toe.
Wat ik zo fijn aan honden vind, is de onvoorwaardelijkheid. Ze nemen je niet kwalijk dat je stil bent. Of boos. Of afwezig. Ze wegen je stemming niet. Ze slaan niets op om later tegen je te gebruiken. En vooral: ze wijzen je niet af.
Als er iets is wat een hond wil, is het een vrolijk baasje. En zelfs als dat niet lukt, blijven ze. Ze gaan gewoon iets dichterbij liggen. Bram wist altijd waar hij moest zijn. Hij voelde spanning voordat ik die zelf herkende. Als ik vastliep in mijn hoofd, lag hij al aan mijn voeten. En nog vóór ik wist wat ik voelde, wist hij het al.
De afgelopen jaren werden zijn stappen langzamer. Zijn lijf strammer. Er kwamen diagnoses, woorden die je liever niet hoort van de dierenarts. Er waren momenten waarop hij er wel was, maar ook weer niet echt. De vrolijke deugniet flitste soms nog voorbij, maar steeds vaker was hij moe. Onrustig. Verdwaald. Angstig. Die lach van oor tot oor werd zeldzamer.
En dan komt er een moment waarop liefde een andere vorm krijgt. Waarop zorgen betekent dat je los moet laten. ‘Liever een maand te vroeg dan een dag te laat.’ Die zin heeft me geholpen. Niet omdat het het makkelijker maakt, maar omdat het het zuiver houdt. Dus ging ik, uit liefde, voor de laatste keer met hem naar de dierenarts. En liet ik hem gaan.
Nu hij er niet meer is, merk ik pas hoe groot die stilte is. Niet leeg. Eerder scherp omlijnd. Alsof hij er nog gewoon ligt. Zonder dat ik het zo bedoeld heb, voelt dit boek – en ook het schrijven van deze blog – als een klein eerbetoon aan Bram. Aan de meest stabiele factor in mijn leven, juist in tijden waarin alles bewoog.
En misschien leer ik pas nu wat hij me al die tijd al liet zien: dat liefde zonder afwijzing bestaat. En hoe onbekend dat voor me is.
Dag lieve Bram. Dag lieve vriend. Dag lieve aap. Dag lieve draak. Dank je dat je naast me liep.

